Fiano di Avellino
Fiano di Avellino
Zuid Italie is vak veel groener dan je denkt. Dat komt door de Appenijnen en door de grote hoogte waar de wijngaarden op liggen In de provincie Avellino, op zo’n 400 tot 700 meter hoogte, groeit een van de meest karaktervolle witte druiven van Zuid-Italië: Fiano. Hier, in het hart van Irpinia, heeft deze druif alles mee. De hoogte, het koele binnenlandsklimaat, de bodems van vulkanisch gesteente, klei en kalk – ze zorgen samen voor structuur, spanning en levensduur. Fiano di Avellino is geen frivole borrelwijn, maar een witte wijn met inhoud.
De DOCG werd toegekend in 2003, maar de reputatie van Fiano gaat veel verder terug. Al in de Romeinse tijd werd hier wijn gemaakt. De moderne revival begon in de jaren ’80 en ’90, toen enkele lokale producenten besloten dat de druif meer verdiende dan een anonieme blend. Sindsdien is Fiano di Avellino uitgegroeid tot een van de referenties voor droge witte wijn uit Zuid-Italië – naast Greco di Tufo en Falanghina.
Wat Fiano uniek maakt is zijn balans tussen aromatische terughoudendheid en textuur. In de jeugd ruik je vaak witte bloemen, peer, venkel en een vleugje rook of hazelnoot. Naarmate hij rijpt – en dat kan moeiteloos vijf tot tien jaar of langer – komen er tonen bij van honing, bijenwas en vuursteen. De beste wijnen zijn mineraal, gelaagd en hebben een zilte spanning die eerder aan de Moezel dan aan Napels doet denken.
Fiano di Avellino leent zich uitstekend voor opvoeding op staal, beton of groot hout, zolang de frisheid maar behouden blijft. Riserva-wijnen mogen pas drie jaar na de oogst op de markt komen, waarvan minimaal zes maanden flesrijping. Sommige producenten leggen hun Fiano zelfs pas ná vijf of zes jaar vrij, met overtuigend resultaat.
Campania mag dan vooral bekend zijn om zijn rode Aglianico-wijnen, het zijn wijnen als Fiano di Avellino die de regio definitief op de kaart zetten als serieuze herkomst voor droge witte wijn. Elegant, duurzaam en volledig op eigen benen.


