Collio

Collio Goriziano

Aan de rand van Italië, waar de wijngaarden tegen de Sloveense grens aan liggen (en soms erover) en het landschap glooiend omhoog kruipt richting de Julische Alpen, ligt een van de mooiste wittewijngebieden van Europa: Collio. Een streek die rust uitstraalt, maar waar in de bodem en het glas een enorme spanning en gelaagdheid schuilt. Hier worden wijnen gemaakt die nergens anders vandaan zouden kunnen komen.

De naam Collio komt van het Latijnse collis, dat ‘heuvel’ betekent. En heuvels zijn er: groene ruggen die als golven over het landschap rollen, onderbroken door bosranden, boomgaarden en dorpen met zowel Sloveense als Italiaanse namen. Dit was lang grensgebied – eerst onderdeel van het Habsburgse rijk, later pas bij Italië gevoegd – en dat voel je nog steeds. Niet alleen in de taal, maar ook in de mentaliteit: precisie, ingetogenheid, verbondenheid met de natuur.

De helden van de Collio zijn niet alleen de druivenrassen en de producenten maar ook de bodem: ponca, een afwisseling van mergel en zandsteen die makkelijk afbrokkelt en druiven dwingt om diep te wortelen. Voeg daar een gematigd klimaat aan toe, met invloeden van de Alpen én de Adriatische Zee, en je krijgt perfecte omstandigheden voor wijnen met fraîcheur, textuur en een uitgesproken mineraal karakter.

Collio is wit georiënteerd. Friulano, Ribolla Gialla, Malvasia Istriana en Sauvignon Blanc zijn de sleuteldruiven, aangevuld met Pinot Grigio en soms wat Chardonnay. De stijl is droog, stil, breed en toch lichtvoetig – wijnen met spanning, zonder scherpte. Ribolla Gialla geeft frisheid en grip, Friulano is kruidig en complex, Malvasia geur en specerij. Steeds vaker werkt men met lange schilweking of grote houten vaten, wat leidt tot diepere, complexere wijnen met een zekere rust.

Regio's binnen Friuli