Pecorino

Deze druivensoort heeft zijn naam niet mee. Bij pecorino wordt meestal aan schapenkaas gedacht en niet aan een druivenras. Hij dankt vermoedelijk zijn naam aan het feit dat hij erg geliefd was bij schapen die hem graag aten. Vermoedelijk door zijn hoge suikergehalte.

Pecorino staat aangeplant in midden Italië en dan vooral in de Marken en de Abruzzen. Hij was begin jaren tachtig bijna uitgestorven. Er stonden slechts nog enkele stokken in een oude wijngaard. Vanuit die oude wijngaard is hij door de producent Crocci-Grifoni weer terug gebracht en sinds de jaren 90 maakt hij er weer op grotere schaal wijn van. Andere producenten begonnen ook steeds meer pecorino aan te planten. Het is een druivensoort met wat meer karakter dan de trebbiano en malvasia die veel aangeplant staan in deze regio’s. De pecorino is in het verleden vermoedelijk steeds meer in onmin geraakt bij producenten omdat hij maar weinig opbrengst geeft en vrij kritisch is over waar hij wil worden aangeplant. Het liefst in hoger gelegen wijngaarden, soms wel tot 1000 meter boven de zeespiegel.

Pecorino is een druivensoort met, zoals al eerder gezegd, aardig wat suikers. Gelukkig wordt dit gebalanceerd door flinke zuren. Het is geen druivensoort die erg aromatisch is. Hij valt voor mij meer in de categorie groenten en fruit geuren. Denk aan zachtjes gestoofde prei, perzik, doperwtjes. Vaak zit er een prettige mineraliteit aan de wijnen, de zuren zitten wat meer voor in de mond dan bijvoorbeeld de witte wijnen uit Alto Adige en Campania, waardoor de pecorino-wijnen wat makkelijker in de mond liggen.