« Blog

Pecorino | Meer dan mode

Een bewerking van dit artikel verscheen in het oktobernummer van La Cucina Italiana

Italië is rijk aan vele druivenrassen, vaak uniek voor de regio of zelfs het dorp waar ze vandaan komen. Er zijn discussie over hoeveel het er precies zijn. Maar puur voor de DOC en DOCG wijnen zijn het er al gauw vijfhonderd. Daarnaast zijn er nog een groot aantal druivenrassen die bij producenten in onmin zijn geraakt, verwildert, of na de phyloxeracrisis nooit meer serieus herplant zijn.

Uit dit uitgebreide arsenaal aan druivenrassen wordt in Italië elk jaar een nieuwe modedruif gekozen. Hier lijkt geen aanwijsbaar vooropgezet plan voor te zijn. Bijna landelijk gaat heel Italië ineens aan de Greco di Tufo of zoals vorig jaar gewurtztraminer. Ook de Pecorinodruif heeft zich op landelijke aandacht mogen verheugen. De Italiaanse mode slaat altijd deels over op het aanbod in Nederland en dus zie je steeds vaker pecorino in de winkels. Sprezzatura stuurde zijn beste mensen op stap om te zien “what all the fuss is about

Pecorino staat aangeplant in midden Italië en dan vooral in de Marken en de Abruzzen. Ze was begin jaren tachtig bijna uitgestorven. Er stonden slechts nog enkele stokken in een oude wijngaard. Vanuit die oude wijngaard is hij door de producent Cocci-Grifoni uit de Marken weer terug gebracht en sinds de jaren 90 maken zij er weer op grotere schaal wijn van. Na het aanvankelijke succes van Grifoni begonnen andere producenten ook weer pecorino aan te planten. Het is namelijk een druivensoort met wat meer karakter dan de trebbiano en malvasia die veel aangeplant staan in deze regio’s. De pecorino was in het verleden vermoedelijk steeds meer in onmin geraakt bij producenten omdat zij maar weinig opbrengst geeft en vrij kritisch is over waar ze wil worden aangeplant. Het liefst in hoger gelegen wijngaarden, tot wel 1000 meter boven de zeespiegel.

Pecorino is een druivensoort met aardig wat suikers. Gelukkig wordt dit gebalanceerd door flinke zuren. Het is geen druivensoort die erg aromatisch is. Hij valt voor mij meer in de categorie groenten en fruit geuren. Denk aan zachtjes gestoofde prei, perzik, doperwtjes en verse kervel. Vaak zit er een prettige mineraliteit aan de wijnen, de zuren zitten wat meer voor in de mond dan bijvoorbeeld de witte wijnen uit Alto Adige en Campania, waardoor de pecorino-wijnen wat makkelijker in de mond liggen.

Wat vonden we? In de Marken kwamen we na wat onderzoek terecht bij Fiorano, een twintigtal kilometers landinwaarts in het Piceno gebied. Deze jonge producent (niet qua leeftijd, maar wel qua oogstjaren) maakt biologisch gecertificeerde wijnen. Hij richt zich vooral op zijn rode wijnen, maar maakt desalniettemin indruk met zijn pecorino. Alle wijnen van het domein zijn van relatief jonge wijngaarden en zitten nog onrustig in elkaar. De pecorino is mooi vol en rond, met die typische groenten tonen die wel vaker in de wijnen van witte druiven uit deze regio zitten. Ook de zuren zijn mild en liggen voor in de mond. Het doet mij aan Friulaanse wijnen denken. Daar maak ik Fiorano blij mee, want hij vind dat daar de beste witte wijnen vandaan komen.

De volgende dag reizen we af naar de Abruzze voor een bezoek aan Orlandi Contucci Ponno onze totaal onderschatte producent in de Abruzze. De wat excentrieke eigenaresse Marina, die voornamelijk in Frankrijk is opgegroeid bestiert hier het familie landgoed. Of eigenlijk doen Giulia en de enoloog en wijnmaker Gianni Fioravanti dat. Giulia heeft haar jeugd doorgebracht in Australie en heeft nog immer heimwee naar welleer en de wat misantropische enoloog maakt gewoon geweldige wijnen. Ze zijn helder, evenwichtig, zuiver en zeer terroirtypisch. Marina zelf houd vanuit haar adellijke ivoren toren toezicht op de filosofie en dat doet ze goed. We proefden bij hun de nieuwe jaargangen trebbiano, montepulciano en pecorino. De pecorino proefden we voor het eerst. Het is een IGT terra di Chieti, maar precies zoals hierboven geschreven. Helder, evenwichtig, zuiver en terroirtypisch. Ik vond hem erg lekker. En ik merk ook dat de interesse bij het tweede glas toeneemt in plaats van afneemt en dat pleit absoluut voor wijn in het algemeen. Een vondst dus.

Maar hoe zit dat nu met de pecorino. Is het mode? Is pecorino meer dan “the new black“? Ik denk zeker van wel. Pecorino is eigen, het feit dat de producent er zijn best voor moet doen pleit ook voor haar, ze is smakelijk en verdiept naar mate de fles vordert; stille wateren, diepe gronden. Ze voelt als een vriend die je lang niet gezien of gesproken hebt, maar waar aan gesprekstof na al die jaren geen gebrek is en de stiltes verdieping geven.

Genieten dus van onze nieuwe pecorino.