« Blog

Noord Italië 2012 deel III | Friuli

Na Sud tirol bezochten we Friuli. Ons eerste bezoek was aan Ronco dei Tassi. We waren op tijd en gingen eerst even lunchen met Enrico Coser, een van de twee zoons van Fabio die steeds meer verantwoordelijkheden krijgen binnen het bedrijf. Hij nam ons mee naar een nieuw restaurant Gredic, vlak over de grens in Slovenie. Qua gevoel hield het het midden tussen een parenclub en een bioskoop. Het restaurant had duidelijk de ambitie om voor een michelinster te gaan. Maar dat zal nog wel even duren voordat dat bereikt is. Helaas te veel slordigheden en teveel losse eindjes. Wel interessant om te vermelden is dat ze in hun winkel de wijnen verkopen van de wijnboeren uit de omgeving dus zowel uit Slovenië als uit de Collio van Friuli. De prijzen zijn dezelfde als wat je bij de producent zou betalen, dus mocht je weinig tijd hebben dan is dit een goede plek om snel verschillende wijnen te kopen.

Na deze tegenvallende lunch proefden we het nieuwe jaar van vat bij Ronco dei Tassi. 2011 lijkt net als 2010 een jaar waar meer wit fruit in zit dan het warme fruit van de jaren 07/08/09. Veel was nog ongefilterd of net met bentoniet behandeld dus op Vinitaly gaan we dat nog eens uitgebreid terug proeven.

Onderweg terug van het restaurant vroegen we Enrico of hij de gedroogde hammen van Osvaldo kende. “Dat is een van mijn beste vrienden!” riep hij, “willen jullie daar even langs?”. Die kans lieten we ons niet ontgaan. Na de proeverij reden we naar Osvaldo. Voor ons het absolute summen van gedroogde ham uit Italië. Osvaldo maakt zo’n 2000 hammen per jaar. Allemaal van lokale varkens waarvan hij precies weet wat ze gegeten hebben en hoe ze zijn opgegroeid. Superieure kwaliteit. Daarnaast rookt hij zijn hammen licht wat een extra smaak diepte geeft. Zijn dochter Monika ontving ons en sneed ham en pancetta voor ons. Geweldig om in dit mekka binnen te zijn geweest. Kijken of we de volgende keer een ham op het pallet mee kunnen krijgen. De meeste van de 2000 hammen zijn echter al gereserveerd en verkocht.

Aan het eind van de middag reden we door naar Buttrio om te proeven en te eten bij de familie Meroi. Mirko de keldermeester nam ons mee naar de kelder om de 2011 jaargang uit vat te proeven. 2011 was ook bij Meroi niet makkelijk. Maar ze hebben prachtig werk verricht en de friulano en chardonnay kwamen van de witte wijnen mooi uit. Beneden in de kelder proefden we het rood. De 2009 jaargang van Dominin belooft zeer mooi te worden. Ros di Buri 2010 proefden we van verschillende percelen. Het was zeer interessant om te ontdekken wat uiteindelijk in de blend terecht gaan komen. Er wordt hier weer hele hoge kwaliteit gehaald dit jaar.


Radicchio met pancetta


Daarna aten we in het restaurant waar Paolo zelf aan de grill staat. Een klassiek Friulaans restaurant met de grill middenin het restaurant. Memorabel was de lokale radicchio met een vinaigrette van uitgebakken pancetta en azijn. Een van de simpelste, maar lekkerste dingen die we deze reis aten. Daarna de risotto waar ze beroemd om zijn,


Paolo Meroi achter de grill


en vervolgens een grote fiorentina van de grill. Bijzonder voldaan gingen we van tafel.




De volgende ochtend stond de wijn van Edi Keber op het programma. Deze bijzonder sympatieke voorvechter van de Collio wijn liet ons de 2011 proeven. Ook hier weer hetzelfde beeld. Meer wit fruit en mineraliteit dan in de voorliggende jaren. Ook beduidend lichter in de mond.

Als laatste reden we naar Vie di Romans. De wijnen kwamen regelrecht uit de koelkast en presenteerde zich van hun  frisse kant. Het was voor het eerst dat ik de wijnen rinser vond dan normaal gesproken. Gianfranco Gallo schoof wat later aan en viel zelfs uit tegen zijn assistent dat de wijnen veel te koud waren. Het fruit zat dicht en het zuur was prominent. Ik vond de Dis Cumieris, de chardonnay en de Dessimis zich echter goed presenteren. We lunchten daarna samen met Gianfranco en Laura bij Le Dune en daar presenteerde de wat opgewarmde wijnen zich een stuk beter. Ik vroeg Gianfranco nog of hij had getwijfeld in dit koelere jaar om de wijnen toch een klein gedeelte malolactische gisting te laten ondergaan. Hij zei echter dat hij geloofde in zijn nieuwe koers en dat de wijnen wat hem betreft veel langer meer frisheid hielden zonder malo.